The miraculous wonders of the jungle
Jimmy kwam ik tegen op een ‘lancha’: een brede kano volgepropt met kinderen, keukengerei en schattige Ecuadoraanse dametjes met grote oranje reddingsvesten aan. Deze kano, aangedreven door een Yamahamotor, bracht ons in twaalf uur tijd over de grens van Ecuador naar dit karakteristieke dorp in Peru. Jimmy is een gepassioneerde ‘tree hugger’. “Mother Nature is God, man, have faith and you will experience the miraculous wonders of the jungle.” Erg toepasselijk, Jimmy geeft me een sterk gevoel van bewustzijn midden in het rijkste natuurgebied van de wereld. Zijn einddoel is de junglestad Iquitos, ook wel bekend als de hoofdstad van de Peruaanse Amazone en dé plek waar menig reiziger zich overgeeft aan de krachtige werking van de hallucinogene drug Ayahuasca.
This ship is one big joke
Samen met Jimmy, een paar Argentijnse hippies en een muzikale tweeling uit Chili, wachten we vijf dagen totdat we eindelijk varend kunnen vertrekken. Al paraderend met een wankel tentje, een koffer vol met wiet en versleten muziekinstrumenten, trekken deze levensgenieters als een soort circusgroep rond door Zuid-Amerika. Ik mag ze vanaf de eerste minuut. In het holst van de nacht word ik wakker geschud door het lawaai van een gigantische regenbui en het gerommel van een zware motor. Het ‘schip’, genaamd de Dionysus III, is eindelijk aangemeerd in Pantoja. Dit is de cargoboot die ons naar Iquitos brengt. Bij het woord ‘cargoboot’, stel ik me ook iets in de trant van die benaming voor. Maar hier in de jungle zijn de maatstaven een beetje afwijkend. “This ship is one big joke.” Het lijkt wel alsof een kleuter dit krakkemikkige bootje in elkaar heeft getimmerd. Alles roest, piept, kraakt, zit los of zit zo vast dat het nooit meer loskomt.
Boerende, schetende en spugende scheepslui
Dagelijks worden we om 6 uur ‘s ochtends wakker geschud door het lawaai van de metalen platen die in- en uitdeuken wanneer scheepslieden aan het werk worden gezet. Zij zijn nog het meest fascinerend van allemaal. Het lijkt alsof ze van een andere planeet komen; ze gedragen zich op een vreemde manier. Ze boeren, scheten en spugen waar je bij staat. Ze zien eruit alsof ze net door de schoorsteen zijn gevallen, zo smerig is hun huid en zo vies is hun kleding. Een van de scheepslui doet constant zijn t-shirt omhoog en gaat dan ongegeneerd aan zijn blote buik staan krabben. Deze jonge, rasechte lieden volgen trouw de orders van hun volgevreten, luie kapitein. Ze dragen grote trossen bananen op hun kleine Peruaanse ruggetjes, tillen kratten vol papaja’s en duwen tonnen gevuld met olie van de oever naar het dek.
Starend naar de dichtbegroeide Amazone
De Dionysus III verscheept niet alleen mensen en bananen, maar ook een lading aan kippen en varkens. We stoppen meermalen bij verschillende dorpjes zodat er een familie aan boord kan en zodat handelaren hun waar kunnen verschepen naar Iquitos. Over een paar dagen gaat deze rivier over in de Rio Amazone en dan is het nog maar een paar uur varen totdat we onze bestemming bereiken.
Ik zit op het bovendek, starend naar de dichtbegroeide Amazone die zich aan weerszijden van de rivier uitstrekt. De zonsondergang op de Rio Napo is wonderlijk.